top of page

LABRADOR RETRIEVER

- Leannanalba Droigheann

LEANNANALBA DROIGHEANN

Voorjager: Robert Bolsenbroek

 

Roepnaam: Moon

Geboortedatum: 1 januari 2010

Ras: Labrador Retriever

Ouders: FTW Moodie May (moeder) x FTCh Leadburn Viceroy (vader)

Zijn karakter maakt Moon anders dan andere honden. Moon is stabiel, onverschrokken maar ook een hond die in lastige situaties heel kalm is. Met de stabiliteit komt ook een natuurlijk overwicht, problemen met andere honden lost Moon gemakkelijk op. In de jacht, wedstrijden en trainingen is hij onverschrokken. Wanneer hij in de jachtmodus is, gaat hij door, maar is ook weer uit die modus te halen als dat nodig is. “Die combinatie vind je weinig,” zegt voorjager Robert. “Moon’s karakter heeft een perfecte balans en dan heeft hij ook nog zijn bouw mee. Het is een grote en sterke hond, maar bovenal ook een hele lieve hond.”

 

Alle honden die Robert heeft en heeft gehad zijn field trail labradors. “Je raakt eraan verslingerd. Ik zeg altijd tegen mensen “ik ben een luie trainer” en met labradors hoef ik niet zo hard te werken,” lacht Robert. “Als je kijkt naar de jachthondensport, steken de labradors voor het werk na het schot er met kop en schouders bovenuit.

 

Dertig jaar geleden zochten Robert en zijn vrouw voor hun gezin een leuke huishond. De plaatselijke kapper had op dat moment een nestje field trail labradors en ze kregen van hem een pup. Door die eerste hond raakte Robert verslingerd aan het voorjagen en werken met honden. “Die eerste hond was een heel lelijk ding en de laatste uit het nest,” lacht Robert. “Door die hond ben ik begonnen met trainen maar wist hier nog niet veel vanaf. Het ging ook niet helemaal naar wens, maar ik ben toen via de KNJV in contact gekomen met een trainingsgroep in Apeldoorn. Daar is het echte werken met honden begonnen, maar dat is al dertig jaar terug.”

 

Vier honden na de eerste labrador kwam Moon. Robert had onderzoek gedaan naar verschillende stambomen om een pup te vinden die aan alle wensen voldeed en kwam zo in contact met een fokker in Engeland. Daar had hij een pup gereserveerd. Een week voor hij de pup ging halen belde de fokker om te vertellen dat bij de vader van het nest een oogziekte was gevonden. Robert besloot na overleg met zijn dierenarts om van de pup af te zien. “Ik wilde de gok niet nemen, maar de reis was natuurlijk wel al geboekt en geregeld en dit wilden we ook niet afzeggen,” zegt Robert. Robert is gaan bellen en kwam zo uit bij een Nederlandse jachtopzichter die in Schotland woonde en een nestje had liggen. De teef was oorspronkelijk gekocht door een Amerikaan, maar die had de hond nooit opgehaald. De teef was een winnaar en de jachtopzichter heeft met haar toen een nestje gefokt met een kampioensreu uit Schotland. Toen Robert belde had de man nog twee pups. Moon was de grootste in het nest. Samen met een Nederlandse fokker en een jager zijn ze dwars door Schotland, naar het plaatsje Stranrear, gereden. Wat direct opviel waren de omstandigheden waarin het nest werd gehouden. “Dat was niet zoals in Nederland, waar het soms bijna lijkt alsof er een kind is geboren. Het nest lag achterin de schuur” licht Robert toe. “In Nederland ligt de nadruk altijd erg op de socialisatie, maar de moeder van een pup is het belangrijkste. Pups krijgen het meeste mee van hun moeder en zijn ook het langste bij haar.” Moon is zelf een paar keer ingezet als dekreu. Ook hier zag Robert dat de keuze van de teef bepalend is voor de pups die je krijgt. Dit is soms lastig in te schatten. “Moon heeft een aantal leuke nakomelingen gekregen die het ook goed doen in de sport. Je moet gewoon wat geluk hebben dat je een pup hebt die bij je past en je samen een goede combinatie bent.”

 

Moon was een makkelijke, maar ook onopvallende hond. Robert had nog twee andere labradors en Moon hobbelde mee in de roedel. “Hij viel eigenlijk helemaal niet zo op,” zegt Robert. “Tot hij een jaar oud was. Ik begon meer tijd in hem te steken en zag een vreselijk doorzettende en hardjagende hond! Daarna heeft het zeker een jaar geduurd voordat ik een beetje grip op hem had. Voor de wedstrijden zoek je toch een wat hetere hond. De fout die de meeste mensen maken is om dan te vroeg te gaan trainen. Dan worden ze erg wild en zijn moeilijk terug te halen. Het terughalen van het wilde naar onder appel is een lastig karwei. Of je te maken hebt met een slome duikelaar of een hond hoog in het bloed zie je aan de houding en het bewegingsritme; met de kop laag bij de grond, bijna als een spaniël en veel tail action.” In een hond zoekt Robert dus twee uitersten: qua postgedrag rustig en stil en bij het werken veel drive en stijl. “Die combinatie vind je bij pups weinig.”

 

Moon is een hard jagende hond en het heeft veel werk gekost om hem onder appel te krijgen. Die ommezwaai kwam toen Robert met hem in Duitsland ging trainen. De Duitse trainer heeft Robert de fijne kneepjes van het vak geleerd. “Een goede trainer heeft veel honden door zijn vingers gehad en beheerst verschillende trainingsmethoden omdat meerdere wegen naar Rome leiden. Het is maatwerk en niet iedere methode past bij de hond en voorjager. Een goede trainer zoekt naar de juiste oplossing die past bij de combinatie.” Ook ziet Robert dat in Nederland veel enkel positief wordt getraind. Daar zitten volgens hem grenzen aan. “Het uitgangspunt is dat je positief traint, maar de andere kant van de medaille is ook dat de hond moet leren om te gaan met frustratie. De hond moet een correctie kunnen accepteren en verwerken en niet uit elkaar vallen. Er moet evenwicht zijn.” Bij de eerste twee KNJV proeven die Robert met Moon heeft gelopen haalde hij direct twee A-diploma’s, waarna zij zijn begonnen met de working testen en het MAP-werk. Robert herinnert zich de eerste working test in Beverwijk nog en omschrijft dit “als een drama.” “Onze Duitse trainer kwam speciaal kijken, Moon heeft het hele veld gezien, maar niks lukte. Dat hoort ook bij de sport. Aan de ene kant heb je succes, aan de andere kant kun je ook ontzettend onderuit gaan.”

 

Robert geeft aan geluk te hebben gehad met de groep waarin hij met Moon trainde. Bij Jachthondenschool Almere zat hij in een groep gedreven voorjagers. Uiteindelijk zouden vier van hen deelnemen aan de Nimrod. “Als je verder wilt komen is het belangrijk om gelijkgestemden om je heen te hebben. Een goede trainingsgroep is dan belangrijk. Alle onderdelen werden daar verder verfijnt en vanaf daar trainden we richting de Nimrod.” Op de Nimrod waren Moon en Robert de underdog. Robert wist dat Moon een goed niveau had, maar de Nimrod laat zich niet voorspellen. Robert had geluk met de loting, waardoor hij door zijn voorgangers een goed beeld kreeg van de proeven. Robert was relaxed die dag. Moon was er klaar voor. Hij had een kwartier de tijd per proef maar heeft in totaal alles in vijf minuten binnen gebracht. “Ook waren er bij ons nauwelijks toeschouwers, waardoor we in alle rust ons ding konden doen. Als je hond er klaar voor is, lijkt het allemaal heel makkelijk, maar de weg ernaartoe is hard werken. Zo wonnen we de Nimrod.” 

 

Naast de wedstrijden zijn Robert en Moon actief geweest in de praktijkjacht. “We gingen regelmatig naar Engeland, maar hadden ook jachten in Nederland, Duitsland en soms is Frankrijk,” vertelt Robert. De wedstrijden vindt hij tegenwoordig leuker dan de praktijkjacht. “Ik heb nog meegemaakt dat je een plateau had van 50 tot 60 hazen, nu heb je na een dag werken maar een paar hazen, dat is jammer.” 

 

Vandaag de dag is Moon 12,5 jaar oud en woont bij de dochter van Robert. “Hij hobbelt nog lekker mee en is een heel makkelijke hond,” zegt Robert. “Hij geniet van zijn goede oude dag.” Robert traint hard met zijn andere honden en sluit af met “waren alle honden maar zoals Moon.”

bottom of page